NEWSFEED RTL Z:

NEWS:

    Wat moeten oliemaatschappijen met hun reserves aan?

    • 8/31/2016

    Wat moeten oliemaatschappijen met hun reserves aan?

    Piekolie 1.png

    Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, maar in 2014 gold beleggen in olie als heel veilig en nagenoeg risicoloos. Beleggers hielden er een eenvoudige en duidelijk omlijnde redenering op na. Het was heel goed mogelijk, dat de vraag naar olie in de westers geïndustrialiseerde wereld op niet al te lange tijd zou gaan pieken om daarna te gaan afnemen. Dat zou het gevolg zijn van strengere regelgeving en nieuwe technologieën. Die krimpende vraag uit het westen zou ruimschoots gecompenseerd worden door een stijgende vraag uit de Opkomende Markten. In 2016 beginnen steeds meer analisten en strategische planners bij grote oliemaatschappijen vraagtekens te zetten bij deze denkwijze. Is het niet denkbaar dat de vraag naar olie niet alleen bij de lidstaten van de OECD gaat teruglopen, maar wereldwijd?

    Activistische aandeelhouders eisen van de oliemaatschappijen dat ze scenario’s opstellen voor de toekomst van hun bedrijfstak nu het Klimaatakkoord eenmaal een feit is. In deze studies moet er uitgebreid aandacht zijn voor de mogelijke rol van zonne-energie, aardgas, goedkope batterijen voor de elektrische auto’s en voor geavanceerde energiebesparende technologieën. Veel van die studies laten zien dat de vraag naar olie in zeg 2040 uitkomt op 75 miljoen vaten per dag. Nu zijn er dat 95 miljoen per dag.

    De mogelijkheid dat de vraag naar olie al tussen 2030 en 2040 zal pieken heeft belangrijke consequenties. De afgelopen decennia zijn beleggers er steeds vanuit gegaan dat de olie die vandaag nog niet opgepompt is, morgen veel meer waard zal zijn. Beleggers gingen daarom op zoek naar die maatschappijen die in staat waren morgen meer olie op te pompen. Die opstelling is onvoldoende als de vraag naar olie morgen niet groter hoeft te zijn dan wordt de vraag belangrijk of een bedrijf zich snel en soepel kan aanpassingen in forse schommelingen in de vraag. In een dergelijke omgeving zijn trouwens niet alle olie assets even veel waard. Beleggers zullen moeten weten wat de kostbasis voor de productie van de reserves. Ze zullen zich ook moeten afvragen of de raffinaderijen van een willekeurig oliebedrijf goed geëquipeerd zijn om te overleven in een zeer competitieve omgeving. Locatie wordt daarom van levensbelang. Het is gunstiger een raffinaderij in India te hebben dan in het streng gereguleerde Californië of Duitsland waar de vraag zeker zal krimpen.

    Piekolie.png

    Nieuwe technologieën zullen steeds belangrijker worden om de productiekosten omlaag te brengen. Volgens de ceo van schalieproducent Natural Resources kan zijn bedrijf dankzij technologische vernieuwingen een vat olie produceren tegen een kostprijs van $ 2,25. Met die prijs kan hij zelfs de concurrentie aan met Saoedi Arabië. Met de teerzanden in Canada is het wat dat betreft droevig gesteld. Daar kost de productie van een vat olie $ 37.

    Meer dan dertig jaar lang gold het credo n de olie-industrie dat het steeds meer moeite zou kosten om aan de toekomstige vraag te voldoen. En dus was het zinvol de reserves op de balans te zetten ongeacht de vraag of ze winstgevend opgepompt konden worden. Olie was immers schaar en zou steeds schaarser worden. De waarde van de oliereserves op de balans zou meegaan met de stijgende olieprijzen. Op eker moment zou zelfs de moeilijke en dus duurste reserves winstgevend te produceren zijn.

    Als de vraag niet langer stijgt dan kunnen die dure reserves wel eens waardeloos blijken. Dan heeft het ook minder zin die reserves op de balans te zetten als bron van toekomstige inkomsten. Beleggers zullen steeds meer in het hier en nu geïnteresseerd zijn. Het gaat dan meer en meer om de ontwikkelingen in het hier en nu en hoe het management van oliemaatschappijen hierop inspeelt. 

     

    Cor Wijtvliet

     


     

    TWEETS