NEWSFEED RTL Z:

NEWS:

    Monopolies en ongelijkheid

    • 5/31/2016

    Bovenkant.png

    29-05-2016, Jaargang 3, Editie 22

     

    Monopolies en ongelijkheid

    Ongelijkheid 12.jpg

    Al zeker twee eeuwen domineren twee scholen het denken over hoe de economie functioneert en als onderdeel daarvan hoe inkomensverschillen tot stand komen. De eerste school is die van de navolgers van Adam Smith. Die school neemt als uitgangspunt van denken dat markten concurrerend zijn. De tweede neem als uitgangspunt dat markten de neiging hebben monopolies te vormen.

    Volgens Smith en de zijnen is de individuele beloning dankzij die concurrerende markten gebaseerd op zijn bijdrage aan de economie en maatschappij. De kapitalist is meer dan anderen bereid af te zien van consumptie ten faveure van besparingen en investeringen. Inkomensverschillen zijn gerelateerd aan het bezit van het juiste financiële en menselijke kapitaal. Inkomensverschillen en ongelijkheid moeten dus verklaarbaar zijn door te kijken naar wat de verschillen in distributie van deze assets bepaalt.

    De tweede school gaat uit van macht, waaronder ook het vermogen valt monopolistische controle uit te oefenen of om bijvoorbeeld grote autoriteit uit te oefenen over werknemers. De tweede school bestudeert dus hoe deze macht groeit en eventueel nog versterkt wordt.

    De geschiedenis geeft daar veel voorbeelden van. Al aan het begin van de 20ste eeuw stelde de US Federal Commission in Industrial Relations vast, dat de robber barons van die tijd hun positie in stand konden houden en versterken door steeds net niet aan de vraag te voldoen. Dat zulks ten koste ging van het maatschappelijk welzijn, daar hadden ze geen boodschap aan.

    Zeker sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog domineert in het Westen het idee van de concurrerende en competitieve markten. De snel groeiende ongelijkheid van vandaag de dag laat zich echter steeds moeilijker verklaren. Hoe kun je dan verklaren dat ceo’s van financiële instellingen grote bonussen ontvingen terwijl ze hun bedrijf en de wereldeconomie naar de rand van de afgrond dirigeerden. Dat laat zich moeilijk verklaren als beloning voor hun bijdrage aan de economie en het maatschappelijk welzijn. 

    Ongelijkheid 1.jpg

    Er moet een andere verklaring zijn en die is misschien te vinden door de lijn van denken van de 2de school te volgen. Steeds meer sectoren van de economie van vandaag de dag zijn amper concurrerend te noemen. Sectoren als die bijvoorbeeld voor farmacie, telecom, gezondheidszorg en Sociale Media kun je eigenlijk allen nog maar beschouwen door de bril van het oligopolie. Daar is allang geen sprake meer sprake meer van competitie maar van marktconcentratie. Onderzoek door the Council of Economic Advisers van de Amerikaanse president heeft dat bevestigd. Bedrijven als Microsoft, Google of farmaceutische reuzen zijn erin geslaagd dusdanige barrières op te werpen dat van concurrentie, laat staan nieuwe concurrentie, amper of niet sprake mag zijn. Ze worden daarbij vaak bedoeld of onbedoeld geholpen door (conservatieve) politici die niets van antitrust wetgeving willen weten. Markten zijn immers van nature competitief. Soms is er zelfs sprake van bruut machtsmisbruik door marktkrachten. Zelfs na de crisis wisten grote Amerikaanse banken te voorkomen dat ze opgesplitst werden.

    Volgens de grondlegger van de Oostenrijkse School, Josef Schumpeter, waren (bijna) monopolies geen ramp voor de economie zijn. Monopolies waren een tijdelijk verschijnsel. In plaats van concurrentie in de markt zou er concurrentie groeien voor de markt met als resultaat dat prijzen concurrerend laag zouden blijven. Het lijkt erop dat de oligopolistische partijen er steeds beter in slagen de prijs te bepalen en niet de markkrachten. Ze doen dit niet door de processen en interne structuren te verbeteren, zodat met het zelfde aantal mensen meer geproduceerd kan worden. Nee, ze doen dat door nagenoeg uitsluitend op de kosten te letten, steeds maar weer opnieuw medewerkers te ontslaan. Op die manier hopen ze een groter marktaandeel te verwerven en betere marges te scheppen. Het behoeft weinig betoog dat deze manier een steeds grotere sta-in-de weg- wordt voor een (rechtvaardige) verdeling van vermogen en inkomen.

    De neiging naar marktconcentratie en marktafscherming verklaart ook waarom de ontwikkeling van de productiviteit nagenoeg stilstaat en waarom de bedrijfsinvesteringen maar niet echt willen verbeteren. Monopolies hebben geen baat bij het verbeteren van de welvaart van derden of om goederen te produceren tegen zeer concurrerende prijzen.

    Ongelijkheid 2.png

    Als deze benaderingswijze de overhand mocht krijgen binnen kringen van beleidsbepalers, dan kan dat grote consequenties krijgen. Overheden zullen hun laissez-faire benadering van de markt moeten loslaten. Ze zullen evenals ruim 100 jaar geleden de strijd moeten aangaan met de robber barons van de 21ste eeuw. Dat is niet alleen nodig voor een rechtvaardige welvaartsverdeling, maar op den duur ook ter bescherming van de democratie.

    Bron: J.S.  Stiglitz, Monopoly’s new Era. Project Syndicate, May 13 2016

    Cor Wijtvliet

    Het CorWijtvlietJournaal wordt u gratis aangeboden. Als ook u van deze nieuwsbrieven geniet, is een financiële tegemoetkoming bijzonder welkom. Voor het bedrag van 25,00 Euro per jaar wordt u donateur van dit Journaal.

    Uw, overigens geheel vrijwillige, bijdrage kunt u overmaken naar IBANnr. NL14RABO0156073676, ten name van Wijtvliet Research. Bij voorbaat dank!

    Wie donateur wordt mag op een extra nieuwsbrief met beleggingstips van Cor Wijtvliet rekenen!

    En dan nog dit:

     - Hebt u opmerkingen en/of vragen? Mail ze gerust aan: info@corwijtvliet.nl

    - Of via mijn twitteraccount: @wijtvliet. (www.twitter.com/wijtvliet)

    - Voor meer door mij geschreven artikelen bezoekt u mijn website: www.corwijtvliet.nl

    - Of bezoek www.Beurshalte.nl      

    - Ontvangt u het Cor Wijtvliet Journaal niet rechtstreeks? Abonneert u zich dan hier!

    onder.png


     

    TWEETS